Economie & Markten #36 - Stijgende rentes drukken sentiment

Deel
Economie & Markten #36 - Stijgende rentes drukken sentiment
De mondiale financiële markten staan onder druk door stijgende kapitaalmarktrentes, die per regio worden gedreven door uiteenlopende economische en politieke krachten. In de Verenigde Staten wordt de hoge rente gevoed door een sterke economie, een enorme investeringsgolf en daarbij horende hardnekkige inflatie. Europa kampt met een energiegedreven inflatieschok, structureel lage groei en politieke onrust waarbij de kiezer bij komende verkiezingen de linker en rechterflank opzoekt. Japan bevindt zich in een andere fase met een tienjaarsrente boven de 3% en een naderende renteverhoging door de centrale bank met als doel om de Japanse Yen te ondersteunen.

Obligatiemarkten zetten alles opnieuw op scherp

Wereldwijd ondergaan obligatiemarkten een synchrone verkoopgolf, waardoor de 10-jaarsrentes stijgen naar het hoogste niveau in een decennium:

  • Verenigde Staten: ~4,8%
  • Verenigd Koninkrijk: ~5,25%
  • Duitsland: ~3,35%
  • Japan: ~3,00%

Beleggers eisen een hogere risicopremie door toenemende twijfels over de houdbaarheid van overheidsschulden. Structurele factoren zoals vergrijzing, stijgende zorg- en pensioenverplichtingen en lage economische groei beperken de ruimte voor schuldenstabilisatie, terwijl overheden hun uitgaven ondanks hogere belastinginkomsten blijven opvoeren.

bron: Robin Brooks

Een blik op het onderstaande macro-dashboard laat zien dat de onderliggende oorzaak van de rentedruk per regio verschilt.

De Amerikaanse economie toont onderliggend meer veerkracht dan de officiële bbp-cijfers in eerste instantie suggereren. Met een reële groei van 2,5% en een nominale groei van 6,0% beschikt de economie in theorie over voldoende economische veerkracht om de schuldquote af te bouwen. De budgettaire realiteit is echter weerbarstiger: door het fiscale beleid onder de regering-Trump, dat inzet op het laag houden van de winst- en omzetbelasting in combinatie met oplopende defensie-uitgaven, blijft het begrotingstekort hardnekkig hoog.

Achter de schermen voltrekt zich een opmerkelijke machtsstrijd tussen het ministerie van Financiën onder leiding van Scott Bessent en de Federal Reserve onder voorzitter Kevin Warsh. Fed-voorzitter Warsh hintte tijdens de recente bijeenkomst in Jackson Hole op een restrictieve koers en mogelijke renteverhogingen om de inflatie naar de doelstelling van 2% te brengen. Tevens signaleert Warsh dat techconcerns (de zogenaamde hyperscalers) hun recordinvesteringen in AI-infrastructuur en energie steeds vaker financieren met bedrijfsobligaties. Hoewel deze kapitaaluitgaven de economische activiteit aanjagen, stuwt de resulterende vraag naar kapitaal de lange rentes op. Dit veroorzaakt een klassieke crowding-out op de kapitaalmarkt, wat de financieringspremie voor het bredere bedrijfsleven en voor de consument verhoogt. In hoofdlijnen komt het neer op een situatie waarin bedrijfswinsten de hoogste groei in decennia laten zien (losstaand van een rebound na recessies), terwijl de consument met een laag tot middeninkomen moeite heeft om koopkracht te behouden. 

Bron: JPMorgan, Amerikaans bedrijfsleven profiteert van zeer sterke economische cyclus

De Amerikaanse minister van Financiën (Scott Bessent) opereert dan ook meer opportunistisch en wil, met het oog op de komende verkiezingen, de stijgende hypotheek- en financieringslasten van de Amerikaanse consument drukken. Via het terugkopen van langlopende staatsleningen (met looptijden van 10 tot 30 jaar) probeert Bessent de Amerikaanse 10-jaarsrente rond de 4,8% te consolideren.

Ervan uitgaande dat deze acties op korte termijn de rentestijging dempen, blijft voor de obligatiemarkten het verloop van de olieprijs de ultieme lakmoesproef. Slaagt het beleid van de regering-Trump, aangedreven door oliedeals met Venezuela, maximale druk op Iran en het herstel van de oliestromen door de Straat van Hormuz, erin het mondiale aanbod structureel te vergroten en de prijs aan de pomp te verlagen?

De verwachting is wel dat over twee tot drie jaar de vrije kasstroom van hyperscalers zich herstelt richting historische records doordat de enorme investeringen in datacenters en chips afvlakken, waardoor de kapitaaluitgaven (capex) als percentage van de omzet dalen. Tegelijkertijd leveren softwareplatformen, enterprise-cloudabonnementen en AI-clouddiensten op grote schaal terugkerende inkomsten met hoge marges op. Dankzij deze operationele hefboomwerking schalen de AI-diensten na het dragen van de vaste infrastructuurkosten zeer efficiënt op tot een sterke winstgevendheid.

Bron: JPMorgan, enorme investeringsgolf door Amerikaanse Hyperscalers, nu deels gefinancierd via schulduitgifte

Hoewel Fed-voorzitter Warsh met havikachtige retoriek de markten tracht te sturen (talking the talk), is het de vraag of hij bij een eventuele daling van de olieprijs richting $ 70 per vat daadwerkelijk zal overgaan tot renteverhogingen (walking the walk).

Kijken we verder dan de V.S., dan valt een drietal landen op door een giftige cocktail van hoge schuldenlasten, stijgende kapitaalmarktrentes en macro-economische stagnatie. Japan bevindt zich hierbij in een kritieke transitiefase. Met een bruto overheidsschuld van ruim 205% van het bbp is de fiscale houdbaarheid uiterst gevoelig voor een verdere normalisering van het monetaire beleid door de Bank of Japan. Hoewel de effectieve rentelast momenteel historisch laag blijft op 0,3% van het bbp (dankzij de lage gemiddelde coupon op het uitstaande volume aan Japanse staatsobligaties), signaleert de kapitaalmarkt een duidelijke trendbreuk. De 10-jaarsrente is inmiddels opgelopen tot 3,1% en overstijgt daarmee de nominale bbp-groei van 2,9%. Dit negatieve verschil tussen nominale groei en rente (g - r) betekent dat naarmate de herfinanciering zich voltrekt tegen de huidige marktrentes, de budgettaire druk via het sneeuwbaleffect exponentieel zal toenemen. Bovendien kan de Japanse rente niet te ver achterblijven bij de Amerikaanse rente, om kapitaaluitstroom naar de VS te beperken en een verdere verzwakking van de yen (JPY) tegen te gaan.

Bron: Fidelity; ondanks incidentele interventies en verwachte renteverhogingen door de Bank of Japan blijft de yen onder druk staan tegenover de dollar en euro.

Een vergelijkbare fiscale kwetsbaarheid, maar met een andere transmissie naar de reële economie, manifesteert zich in het Verenigd Koninkrijk. De Britse overheid combineert een netto-overheidsschuld van bijna 95% van het bbp met een structureel begrotingstekort van 5,1%, terwijl de private balans wordt verzwaard door een schuld van huishoudens van 74% van het bbp. De jaarlijkse rentelast slokt inmiddels al 2,7% van het bbp op, wat de budgettaire flexibiliteit in Westminster volledig verlamt. Tegen de achtergrond van een hardnekkige kerninflatie en een stagnerende reële groei (onder de 1%) is de fiscale beleidsruimte nihil. De obligatiemarkt reageert daardoor uiterst nerveus op nieuwe budgettaire plannen en blijft alert op een nieuw 'Liz Truss-moment'. De herinnering aan het najaar van 2022 zit immers nog diep verankerd in het marktgeheugen. Toentertijd leidde een ongedekt fiscaal stimuleringspakket tot een acute vertrouwenscrisis, een crash in langlopende staatsobligaties (gilts) en een vrije val van het Britse pond.

Ook in de eurozone en met name in Frankrijk, Italië, België en Spanje komt de houdbaarheid van staatsschulden opnieuw onder het vergrootglas te liggen door de dreiging van een hernieuwde energiestagflatie. Dat zwaargewichten als Frankrijk, Italië en Duitsland er niet meer in slagen om een trendmatige groei van boven de 1% te realiseren, vormt in combinatie met hoge begrotingstekorten, torenhoge schulden en ongedekte pensioenaanspraken het recept voor een nieuwe eurocrisis in de komende jaren. De vraag is hoe Brussel en Frankfurt ditmaal zullen reageren. Griekenland was een relatief kleine economie die onder harde Duitse politieke druk moest hervormen en wordt inmiddels door de markt zelfs als kredietwaardiger gezien dan Frankrijk. Zolang de renteverschillen (spreads) binnen het eurogebied beperkt blijven, oogt het systeem stabiel. De werkelijke crisis begint echter pas zodra de markt eraan gaat twijfelen of de ECB tegelijkertijd de euro kan beschermen, inflatie kan bestrijden én financieel onverantwoordelijke lidstaten kan blijven stutten.

Ontvang wekelijks inzichten in uw inbox

Exclusieve analyses en updates over familieholdings en de globale marktontwikkelingen.


Oliemarkten kijken naar de golf

Gezien de sterke invloed van olie op het wereldwijde prijspeil kijken centrale bankiers en beleggers nauwlettend naar de olieprijs. Deze mondiale oliemarkt balanceert tussen Amerikaanse pogingen om nieuw aanbod vrij te spelen en oplopende geopolitieke risico’s in het Midden-Oosten. Via OFAC General License 50C gaf Washington BP, Chevron, Eni, Maurel & Prom, Repsol en Shell meer ruimte om in Venezuela te opereren. Daarnaast kreeg North American Blue Energy Partners (NABEP) concessies voor 17 olievelden met circa 65 miljard vaten aan bewezen reserves, ongeveer 21% van het Venezolaanse totaal. Volgens het Witte Huis lopen deze concessies 100 jaar. Washington mag 20% van de productie tegen kostprijs kopen en krijgt een voorkeursrecht op de resterende 80%. De olie is onder meer bestemd voor Amerikaanse raffinaderijen en de Strategic Petroleum Reserve. NABEP zegt tot $100 miljard aan investeringen toe; Caracas rekent op ruim $209 miljard aan belastingen en royalty’s.

Bron EIA: Seizoensgebonden ontwikkeling van de Amerikaanse voorraden van ruwe olie, benzine, diesel en kerosine. De buffercapaciteit is historisch krap.

Met circa 300 miljard vaten bezit Venezuela de grootste bewezen oliereserves ter wereld. De productie bedraagt echter slechts 1,18 miljoen vaten per dag, minder dan 1,2% van het mondiale totaal. Door jarenlange onderinvesteringen en verouderde infrastructuur zal een terugkeer naar het oude niveau van 3 miljoen vaten per dag jaren duren. Venezuela kan op langere termijn extra aanbod leveren, maar vormt geen acute buffer tegen een mondiale aanbodschok. Het onmiddellijke risico blijft het Midden-Oosten. Hoewel nog altijd grote hoeveelheden olie door de Straat van Hormuz worden vervoerd, staat met name de Iraanse export onder druk. Verhoogde maritieme frictie rond Kharg Island bemoeilijkt zowel het vertrek van geladen tankers als de terugkeer van lege schepen. Hierdoor raakt juist het logistieke model van de Iraanse schaduwvloot verstoord. Tegelijkertijd voert Washington de financiële druk richting Iran op. Banken, reders en andere partijen die Iraanse oliestromen faciliteren, lopen een toenemend risico op Amerikaanse secundaire sancties en uitsluiting van het dollarsysteem. Dit vergroot ook bij Chinese partijen de prikkel om hun blootstelling te beperken. Olie-exporten zijn gedaald met 80%, waardoor het Iran niet meer lukt inkomsten te genereren.

Gevaren van nieuwe energieschok in Europa
Deze escalatie in het Midden-Oosten raakt niet alleen de oliemarkt, maar slaat via de gasmarkt direct over naar het Europese continent. Vermogensbeheerder BlueBay waarschuwt inmiddels voor een acute stagflatoire val in Europa. De Europese gasbenchmark TTF is uitgebroken tot boven de € 70 per MWh, bijna 140% hoger dan vóór de recente escalatie.

Deze nieuwe aanbodschok treft Europa vanuit een uiterst kwetsbare uitgangspositie. De gasvoorraden zijn voor de tijd van het jaar historisch laag, waarbij cruciale markten als Nederland en Duitsland zelfs ruim onder het Europese gemiddelde duiken, terwijl Nederland de binnenlandse winning sterk heeft afgebouwd en de Russische pijpleidingtoevoer vrijwel is opgedroogd. Doordat Europa in hoog tempo afhankelijk is geworden van vloeibaar aardgas (LNG), ontstaat er nu een directe klempositie. Qatar, ’s werelds op een na grootste LNG-exporteur, verscheept zijn gas immers vrijwel volledig via diezelfde gecontesteerde Straat van Hormuz. Door de belemmeringen op deze vaarroute worden Europese afnemers gedwongen om op de internationale spotmarkt agressief met Azië te concurreren om de schaarse resterende LNG-ladingen, wat de energieprijzen én de inflatie op het continent opnieuw aanwakkert.

Volgens Fidelity en Gas Infrastructure Europe waren de EU-opslagen op 1 september voor 65,39% gevuld. Duitsland zat op 53,28% en Nederland op 47,29%. Het EU-kader handhaaft een bindend doel van 90%, met flexibiliteit om dit tussen 1 oktober en 1 december te bereiken. Opslagen leveren in een normale winter ongeveer 30% van het EU-gasverbruik; een lage uitgangspositie vergroot daarom de gevoeligheid voor koud weer, LNG-concurrentie en nieuwe leveringsstoringen.

Een prijsverschil van deze orde werkt via elektriciteit, chemie, kunstmest, glas, papier en metaal. Amerikaanse producenten hebben een structureel kostenvoordeel; Europese energie-intensieve bedrijven moeten dit compenseren met productiviteit, hedging of hogere verkoopprijzen.

Ook de sterk gestegen olieprijs raakt de Europese consument rechtstreeks in de portemonnee. De eerste klap wordt zichtbaar aan de pomp: brandstoffen en smeermiddelen waren in de EU in juni 2026 gemiddeld 13,7% duurder dan een jaar eerder. Duurdere diesel verhoogt de kosten van wegtransport en daarmee van vrijwel alle goederen in de winkel, terwijl hogere kerosineprijzen vliegen en toerisme duurder maken. Ook hier geldt deels dat stijgende dieselprijzen volgen uit bewust beleid.

a gas station sign lit up at night
Photo by Jesse Blom / Unsplash

Sinds 2000 is het aantal raffinaderijen in Europa onder druk van overheidsbeleid met maar liefst 35% teruggebracht. Nu veel raffinaderijen in het Midden-Oosten hun export niet kunnen garanderen, ontmaskert deze capaciteitsreductie een enorme bottleneck voor het continent.

Waar veel beleggers zich blindstaren op een ruwe olieprijs van rond de $ 80 per vat, ligt het werkelijke probleem in de verwerkingscapaciteit. De zogeheten crack spreads (de marge tussen ruwe olie en de uiteindelijke brandstof aan de pomp) voegden daar recent nog eens tot $ 100 per vat aan toe. Voor de Europese consument en industrie telt immers niet alleen de prijs van ruwe olie, maar ook de prijs van het geraffineerde product. In landen zoals Nederland verdubbelt de overheid die rekening vervolgens nog eens via accijnzen en belastingen.


Verliest Trump in november zijn grip op het Congres?

Op 3 november 2026 vinden de Amerikaanse midtermverkiezingen plaats. Historisch gezien verliest de partij van de zittende president tijdens tussentijdse verkiezingen doorgaans zetels. Tegen de huidige macro-economische achtergrond (aanhoudende inflatiedruk, hoge rente en onvrede over de kosten van levensonderhoud) lopen president Donald Trump en de Republikeinse Partij daarmee een reëel risico hun huidige trifecta te verliezen: de gelijktijdige controle over het Witte Huis, het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Voorspellingsmarkten en kwantitatieve verkiezingsmodellen wijzen begin september steeds nadrukkelijker in de richting van een verdeeld Congres en daarmee een periode van politieke gridlock.

Vooral in het Huis van Afgevaardigden zijn de electorale risico’s voor de Republikeinen aanzienlijk. Het verkiezingsmodel van Cornell University van 3 september 2026 geeft de Democraten een kans van circa 80% om de meerderheid te heroveren en projecteert als centrale uitkomst ongeveer 226 Democratische tegenover 209 Republikeinse zetels. Voorspellingsmarkten zijn zelfs nog uitgesprokener. Polymarket noteerde per 1 september een impliciete kans van circa 90% op Democratische controle over het Huis. Ook andere modellen wijzen op een duidelijk democratisch voordeel, waardoor het behoud van volledige Republikeinse controle over Washington inmiddels aanzienlijk minder waarschijnlijk is geworden.

De strijd om de Senaat ligt daarentegen vrijwel volledig open. Decision Desk HQ schat de kans op Republikeinse controle momenteel op 51%, tegenover 49% voor de Democraten. De gemiddelde uitkomst van het model ligt rond een 50-50-verdeling, een scenario dat de Republikeinen in het voordeel zou stellen doordat vicepresident JD Vance bij een patstelling van stemmen de beslissende stem kan uitbrengen. Dat de Senaatskaart competitiever wordt, blijkt onder meer uit Texas. De traditioneel Republikeinse Senaatszetel is uitgegroeid tot een toss-up, waarbij Democratische kandidaat James Talarico volgens recente marktprijzen en peilingen zelfs een marginale voorsprong heeft op Republikein Ken Paxton. Ook de Republikeinse Partij zelf beschouwt de race inmiddels als een serieus risico.

Economische implicaties van een verdeeld Congres
Indien de Democraten op 3 november ten minste één van beide kamers veroveren, verandert de beleidsomgeving in Washington fundamenteel. Nieuwe omvangrijke belastingverlagingen, additionele discretionaire uitgaven en verdere delen van Trumps binnenlandse economische agenda worden aanzienlijk moeilijker om door het Congres te loodsen. Begrotingsonderhandelingen en toekomstige discussies over het schuldenplafond kunnen daardoor opnieuw uitmonden in politieke confrontaties, tijdelijke begrotingscrises en hogere marktvolatiliteit.

Een Democratische meerderheid in het Huis krijgt de controle over belangrijke parlementaire commissies en daarmee de mogelijkheid om hoorzittingen te organiseren, documenten op te vragen en dagvaardingen uit te vaardigen. De Democratische leiding bereidt zich reeds voor op intensiever toezicht op de regering-Trump indien zij de meerderheid herwint. Dit kan politieke en bestuurlijke capaciteit van de regering absorberen en de uitvoering van het binnenlandse beleidsprogramma vertragen.

Wanneer wetgeving door politieke gridlock wordt geblokkeerd, neemt de relatieve betekenis van beleidsterreinen toe waarop de president meer autonome handelingsruimte heeft. Internationale handel en tarieven zijn hiervan belangrijke voorbeelden. Een Democratisch Huis hoeft daarom niet automatisch tot minder protectionisme te leiden. Integendeel: wanneer fiscale en binnenlandse wetgeving vastloopt, kan het Witte Huis sterker terugvallen op handelsmaatregelen, tarieven en andere uitvoerende bevoegdheden waarvoor minder steun van het Congres noodzakelijk is.

Een verdeeld Congres verlaagt waarschijnlijk de kans op omvangrijke nieuwe fiscale stimulering en additionele belastingverlagingen, maar betekent niet noodzakelijk een minder activistisch economisch beleid. De beleidsmix kan juist verschuiven van fiscale expansie richting een grotere nadruk op handelspolitiek, tarieven en Executive Orders.

Daarmee ontstaat na de midterms mogelijk een regime waarin fiscale gridlock samengaat met aanhoudende handelspolitieke onzekerheid. Voor beleggers betekent dit potentieel minder opwaartse druk op begrotingstekorten vanuit nieuwe wetgeving, maar tegelijkertijd een groter risico op episodische volatiliteit rond handelstarieven, begrotingsonderhandelingen, het schuldenplafond en politieke confrontaties tussen het Congres en het Witte Huis.


Ook een politieke stresstest voor Duitsland

De deelstaatverkiezingen in Sachsen-Anhalt van zondag 6 september overstijgen de regionale politiek. Met 41,8% in de PolitPro-trend ligt de AfD mijlenver voor op de CDU (22,4%). Juist die 5%-kiesdrempel kan de uitslag explosief maken.

Wanneer meerdere kleinere partijen de kiesdrempel niet halen, vallen hun stemmen buiten de zetelverdeling. Hierdoor wordt het zetelaandeel van de resterende partijen automatisch opgeblazen, wat de kans op een absolute meerderheid voor de AfD aanzienlijk vergroot.

Zelfs zonder zo'n absolute meerderheid is een AfD-score boven de 40% politiek ingrijpend. Aangezien de gevestigde partijen elke samenwerking uitsluiten, dreigt een uiterst complexe coalitievorming. Vooral de CDU komt hierdoor klem te zitten tussen haar Brandmauer tegen de AfD en de noodzaak om meerderheden te vormen met uiterst linkse partijen zoals Die Linke.

Deze verkiezingen vormen daarmee een directe stresstest voor bondskanselier Friedrich Merz. Een AfD-uitslag boven de 40% ondermijnt zijn strategie om de partij politiek te isoleren; een absolute meerderheid zou de Brandmauer in Sachsen-Anhalt feitelijk buitenspel zetten. De politieke schokgolf reikt bovendien ver voorbij de deelstaatgrenzen en zal het debat over migratie, energie, industriebeleid en Europese integratie verder aanwakkeren.

Ook op economisch vlak staat er veel op het spel. Sachsen-Anhalt beschikt over strategische industriële en chemische clusters, maar de regio is kwetsbaar: het definitieve afblazen van de geplande Intel-gigafabriek in Magdeburg legde de gevoeligheid voor buitenlandse investeringsbeslissingen pijnlijk bloot. Toenemende politieke polarisatie dreigt het toch al onder druk staande Duitse vestigingsklimaat verder aan te tasten, al zorgde Elon Musk voor ophef door te suggereren juist fors te willen investeren in een deelstaat onder AfD-bestuur.

Bron: PolitPro; Gewogen peilingtrend 2 september 2026

Ten slotte: ook in Frankrijk nemen de politieke spanningen toe

In de aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen van 2027 verschuift de focus van institutionele beleggers definitief van politieke retoriek naar de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van budgettaire consolidatie. De Franse overheidsschuld koerst richting de 119% van het bbp, terwijl het begrotingstekort hardnekkig boven de 5% blijft steken. Deze fiscale druk wordt versterkt door een afkoelende arbeidsmarkt, waar de werkloosheid inmiddels oploopt richting 8,3%.

De kern van het probleem ligt in de mathematische divergentie tussen de financieringskosten en de nominale economische groei (g - r). Terwijl de reële bbp-groei stagneert rond de 0,8% en de nominale groei niet verder reikt dan circa 2,3%, is de Franse tienjaarsrente (OAT) recent opgelopen tot 4,21–4,25%, het hoogste niveau sinds 2008. Dat de Franse kapitaalmarktrente inmiddels boven die van landen als Griekenland ligt, onderstreept de fundamentele kentering in de risicoperceptie van obligatiebeleggers. Zonder geloofwaardige begrotingsdisciplinering dreigt een schuldensneeuwbal: stijgende rentelasten drijven de schuldquote autonoom verder op, wat de risicopremie ten opzichte van de Duitse Bunds structureel hoger verankert.

Politieke fragmentatie als kernrisico
Voor financiële markten geldt een pro-Europese centrumpresident als het meest marktvriendelijke scenario, vanwege de grotere kans op continuïteit in structurele hervormingen en begrotingsdiscipline. Radicaal-links, onder leiding van Jean-Luc Mélenchon, wordt daarentegen gezien als de meest ongunstige uitkomst voor financiële activa. Marine Le Pen en het Rassemblement National (RN) nemen een tussenpositie in; mede doordat het RN de ambitie van een vertrek uit de eurozone heeft laten varen en retorisch meer nadruk legt op budgettaire discipline.

Kwetsbaarheid concentreert zich bij de bankensector
Het grootste directe risico ligt bij de Franse financiële instellingen. Zij zijn fors blootgesteld aan de stijgende binnenlandse risicopremie door hun omvangrijke portefeuilles in Franse staatsobligaties en de stijgende herfinancieringskosten. Via sectorcorrelaties en bredere spreadstress binnen de eurozone kunnen deze risico's vervolgens overslaan naar de gehele Europese bankensector.

Bron: Goldman Sachs. Renteverschil Frankrijk vs Griekenland

Dit risico is extra relevant gezien de uitgangspositie. Europese banken behoorden de afgelopen vijf jaar tot de best presterende aandelensectoren in Europa. Zij presteerden aanzienlijk beter dan specifiek de Franse grootbanken en realiseerden over deze periode zelfs een outperformance ten opzichte van de Amerikaanse technologiesector. Die sterke uitgangspositie biedt enerzijds veerkracht, maar betekent anderzijds dat er aanzienlijke koerswinsten te beschermen zijn. Wanneer de politieke en macro-economische risicopremie binnen de eurozone structureel oploopt, wordt juist de Europese bankensector kwetsbaar voor winstnemingen en multiple-compressie.

Ontvang wekelijks inzichten in uw inbox

Exclusieve analyses en updates over familieholdings en de globale marktontwikkelingen.

Wilt u meer informatie over onze dienstverlening?

Contact opnemen
Tresor Capital Logo

Disclaimer:

Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Dit is een publicatie van Tresor Capital. Reproductie van dit document, of delen ervan, door derden is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming en met verwijzing naar de bron, Tresor Capital.

Deze publicatie is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld door Tresor Capital. De informatie is bedoeld in algemene zin en is niet toegespitst op uw individuele situatie. De informatie mag daarom nadrukkelijk niet worden beschouwd als advies, aanbod of voorstel tot het aankopen of verhandelen van beleggingsproducten en/of het afnemen van beleggingsdiensten, noch als beleggingsadvies. De auteurs, Tresor Capital en/of haar medewerkers kunnen positie hebben in de besproken effecten, voor eigen rekening of voor hun klanten.

U dient zorgvuldig de risico’s te overwegen alvorens u begint met beleggen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Tresor Capital wijst iedere vorm van aansprakelijkheid voor eventuele onvolkomenheden of onjuistheden af. Deze informatie is uitsluitend indicatief en aan verandering onderhevig.

Lees de volledige disclaimer op tresorcapitalnieuws.nl/disclaimer .