Familieholdings #24 - AI, AI, AI
De onderwerpen van deze week:
Alphabet geeft voor 85 miljard dollar aan nieuwe aandelen uit, de eerste aandelenuitgifte in bijna twintig jaar, waarbij Warren Buffetts Berkshire Hathaway voor 10 miljard dollar meetekent. Dat roept de vraag op waarom een bedrijf met 165 miljard dollar operationele kasstroom per jaar zoveel extra kapitaal aantrekt. Het antwoord ligt in de vraag naar AI die het eigen aanbod overtreft, in een cloud-divisie die met 63 procent groeit, en in miljardencontracten voor rekenkracht (compute) tot aan een opmerkelijke deal met SpaceX toe. Wij ontleden de drie scenario's achter de timing, leggen uit waarom de grens van wat techbedrijven aan AI kunnen uitgeven niet langer door hun winst maar door de markt wordt bepaald, en laten aan de hand van de verschuiving van training naar inference zien waarom Alphabets eigen TPU-chips Nvidia voor het eerst echt op de huid zitten, zo overtuigend dat zelfs de concurrent zich voor vijf jaar aan Google's hardware vastlegde.
Chapters Group en Topicus.com publiceerden beiden hun visie op AI binnen vertical market software (VMS), de eerste via een interview met CTO Tobias Pook, de tweede via een blog van Topicus-Finance-CEO Clint van Haalen. Twee holdings, twee invalshoeken, één gedeelde conclusie, namelijk dat AI het bouwen van software goedkoper maakt maar juist de eigenschappen die een gevestigde VMS-holding al bezit waardevoller maakt. Wij zetten beide stukken naast elkaar en lichten toe waarom domeinkennis, klantvertrouwen en data de echte beschermingswallen blijven, met onderweg een update van Pook over het Momentum-initiatief.
Tencent staat volgens de Financial Times dicht bij de lancering van een ingebouwde AI-agent in WeChat, de superapp van 1,4 miljard Chinese gebruikers. Na jaren waarin Tencent in AI-modellen achterbleef bij Alibaba en ByteDance, kan zo'n agent op China's meest gebruikte app de achterstand in één klap goedmaken, al blijven rekenkracht, kosten en consumentenvertrouwen open vragen. Wij zetten het nieuws op een rij en bespreken daarnaast het recente interview met Prosus-CEO Fabricio Bloisi, grootaandeelhouder van Tencent, over agentic commerce.
In Het Kort:
HEICO (New York: HEI.A) maakte deze week bekend dat dochter Exxelia 90% van het Amerikaanse CalRamic Technologies heeft overgenomen; de resterende 10 procent blijft in handen van oprichter en CEO Jeff Day. CalRamic ontwerpt en produceert hoogspannings keramische condensatoren voor high-reliability toepassingen, vooral in de lucht- en ruimtevaart en defensie. Het bedrijf valt voortaan onder HEICO's Electronic Technologies Group.
Investor AB (Stockholm: INVE.B) heeft zijn belang in private-equityhuis EQT verder vergroot. Deze week kocht de Wallenberg-holding 1,20 miljoen aandelen EQT tegen een gemiddelde koers van 291,68 Zweedse kroon, goed voor een transactiewaarde van 348,7 miljoen kroon (~32 miljoen euro). Investor blijft daarmee veruit de grootste aandeelhouder van EQT, met 183,29 miljoen aandelen ofwel 14,94% van het kapitaal en de stemrechten. Het is, zoals wij eerder met u bespraken, niet de eerste keer dit jaar dat Investor bijkoopt; dat gebeurde eerder al in februari en maart, en nu dus opnieuw.
De Boël-holding Sofina (Brussel: SOF) nam een minderheidsbelang in het Britse Creature Comforts, een drie jaar geleden in Londen opgerichte aanbieder van "geïntegreerde dierenzorg" die eigen klinieken combineert met online consultaties en een abonnementsmodel. Het bedrag werd niet bekendgemaakt. Creature Comforts, inmiddels goed voor twaalf klinieken, wil met de middelen van Sofina sneller nieuwe klinieken openen, 24-uurszorg aanbieden en zijn technologie verder ontwikkelen. Het is de tweede Sofina-investering in korte tijd; vorige week stak de holding geld in de Indiase start-up FirstClub, een online supermarktplatform, in een kapitaalronde van 55 miljoen dollar die zij samen met Peak XV (de voormalige Indiase tak van Sequoia) leidde.
Constellation Software (Toronto: CSU) was de afgelopen week op drie manieren in de markt. Op 5 juni nam het een belang van 3,2 procent in het beursgenoteerde Accesso Technology Group (ACSO, Londen), een leverancier van software voor ticketing, point of sale en guest experience management. Dit is opnieuw een toepassing van de PEMS-strategie (Public Equity Minority Stakes), waarbij Constellation minderheidsposities neemt in beursgenoteerde softwarebedrijven in plaats van ze volledig in te lijven. Daarnaast deed het concern twee reguliere overnames. Via Libra Software Group (operating group Vela) kocht het het Australische Expedient, actief in supply chain-software voor logistiek en freight forwarding, en via Omegro (operating group Volaris) het Britse tlmNexus uit Brighton, dat software levert voor het beheer van defensie- en veiligheidsmaterieel, met het Britse ministerie van Defensie als belangrijke klant.
National Bank Financial herhaalde deze week zijn outperform-advies op TerraVest Industries (Toronto: TVK), met een koersdoel van 170 Canadese dollar, ondanks de berichtgeving rond uitvoerend voorzitter (Executive Chairman) Charles Pellerin. Analist Nathan Po gaat ervan uit dat TerraVests groeistrategie hoogstwaarschijnlijk "business as usual" blijft en ziet vooralsnog geen aanwijzingen dat de rest van het management bij de zaak betrokken is. Zelfs in het onwaarschijnlijke scenario dat de overnamemachine stilvalt, wijst Po op organische groeikatalysatoren, namelijk het herstel in freight (vrachtvervoer) en het opvangen van de overvloedige vraag naar datacentercapaciteit.
Topicus (Toronto: TOI) heeft, via dochter TSS, het Duitse EBG Data GmbH uit Neuss overgenomen middels een carve-out, de afsplitsing van een bedrijfsonderdeel uit een groter geheel, in dit geval uit de ANWR Group. EBG Data, opgericht in 1988, levert retail- en merchandise management-software aan Europese klanten, met een nadruk op de sub-verticals sportartikelen, speelgoed en schoeisel, en bedient ruim 1.100 klanten.
Heico, Investor AB, Sofina, Constellation Software, TerraVest en Topicus worden momenteel aan de beurzen van New York, Stockholm, Brussel en Toronto verhandeld op koersen van respectievelijk USD 246,48, SEK 379,10, EUR 215,80, CAD 2.936,20, CAD 118,49 en CAD 102,57.

Aan tafel bij KKR: Een 'K-Shaped Everything'
Tijdens het recente bezoek van onze analist Joep Dikken aan het Londense kantoor van investeringsholding KKR (New York: KKR), schoof hij aan bij Philipp Freise en Craig Larson. Met deze twee heren zette KKR ervaren professionals aan tafel. Freise is als mede-hoofd van de Europese private-equityactiviteiten al sinds 2000 aan de firma verbonden en maakte de dotcom-bubbel, de kredietcrisis, de Europese schuldencrisis en de pandemie van dichtbij mee. Larson is zeventien jaar in dienst en leidt de relatie met beleggers.
Voorafgaand aan het gesprek was er geen strak omlijnd doel voor ogen. Er werd niet gezocht naar schokkende onthullingen of harde koppen; de insteek was om aan de hand van een aantal relevante onderwerpen een open dialoog te voeren. Het bood een unieke kans om kennis en ervaring op te doen bij een van de grootste en meest ervaren kapitaalallocators ter wereld.

Daarnaast publiceerde KKR deze week haar lijvige Mid-Year Outlook 2026, getiteld 'The Divergence Conundrum'. In dit bijna negentig pagina's tellende rapport bundelt de firma haar halfjaarlijkse macrovisie op het gebied van groei, inflatie, asset-allocatie en beleggingsthema's. Het rapport behandelt achtereenvolgens centrale thema's zoals de veiligheid van vitale sectoren, energie-infrastructuur en door onderpand gedekte kasstromen. Daarnaast bevat het een sectie met veelgestelde vragen over obligatiemarkten en verwachte rendementen, gevolgd door regionale economische prognoses voor de Verenigde Staten, de eurozone, China en Japan. Tot slot komen de kapitaalmarkten aan bod, met specifieke aandacht voor de rente, de S&P 500, olie en de dollar. KKR benadrukt hierbij dat dit de persoonlijke visie is van Henry McVey en zijn team, en niet het officiële researchstandpunt van de firma zelf.
Wilt u meer lezen over het bezoek, de recente outlook en de deals rondom KKR? In de Deep Dive van deze week gaan we er uitgebreid op in.

Alphabet haalt miljarden op om ongekende AI-groei te financieren
Alphabet (New York: GOOGL), het moederbedrijf van Google, heeft de financiële markten vorige week verrast met een plan om 85 miljard dollar op te halen via de verkoop van aandelen. Dit is een opvallende stap, aangezien het de eerste keer in bijna twintig jaar is dat het bedrijf op deze manier aandelen uitgeeft. De kapitaalinjectie is direct gekoppeld aan de immense infrastructuur die nodig is voor de verdere ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI).

Een belangrijk onderdeel van deze aandelenverkoop is een grote investering van 10 miljard dollar door Berkshire Hathaway, het investeringsbedrijf van Warren Buffett (lees ook onze nieuwsbrief van vorige week voor het Berkshire standpunt). De overige 75 miljard dollar wordt opgehaald via een mix van onder meer gegarandeerde aandelenuitgiften (35 miljard) en de directe verkoop van aandelen op de beurs (40 miljard). In financiële media wordt de betrokkenheid van Berkshire Hathaway gezien als een krachtig, positief signaal en een belangrijk blijk van vertrouwen in de AI-infrastructuur van Google. Beleggers merken op dat Alphabet lange tijd de schuldenmarkt heeft gebruikt voor financiering, waarbij het bedrijf sinds november ruim 55 miljard dollar aan schulden is aangegaan, maar nu een andere weg inslaat. Analisten suggereren dat de kredietmarkten mogelijk minder gunstig worden voor de peperdure financiering van AI-datacenters, waardoor Alphabet het verstandiger vindt om nu het roer om te gooien en nieuw kapitaal uit de aandelenmarkt te halen.
Waarom heeft een bedrijf dat bekendstaat als een gigantische geldmachine, met vorig jaar alleen al 165 miljard dollar aan operationele kasstroom, zoveel extra kapitaal nodig? Alphabet beantwoordde deze vraag zelf onomwonden in een recente persverklaring:
"Het bedrijf ervaart een sterke vraag naar zijn AI-oplossingen en -diensten van bedrijven en consumenten, op niveaus die het beschikbare aanbod van het bedrijf overtreffen".
Deze explosieve vraag is duidelijk terug te zien in de cijfers. In het eerste kwartaal van 2026 groeide de omzet van Google Cloud met 63% naar een indrukwekkende 20 miljard dollar. Om de benodigde rekenkracht (compute) uit te breiden, sluit Alphabet enorme miljardendeals. Zo is er recent een overeenkomst getekend waarbij Google voor maximaal 30 miljard dollar aan clouddiensten en rekenkracht, waaronder toegang tot 110.000 chips van marktleider Nvidia, gaat huren van het ruimtevaartbedrijf SpaceX. Het contract is zo ingericht dat Google van oktober 2026 tot en met juni 2029 maandelijks 920 miljoen dollar betaalt aan SpaceX. In de aanloop daarnaartoe wordt de capaciteit geleidelijk opgebouwd tegen een gereduceerd tarief. Er zijn bovendien harde garanties ingebouwd: als SpaceX er niet in slaagt om de beloofde chips uiterlijk 30 september 2026 (inclusief een maand uitstel) te leveren, heeft Google het recht om het contract direct te ontbinden of een lagere prijs te bedingen voor de wel geleverde capaciteit. Vanaf eind 2026 hebben beide partijen daarnaast de flexibiliteit om de overeenkomst op te zeggen met een opzegtermijn van 90 dagen.
De plotselinge behoefte aan 85 miljard dollar laat zien dat de limiet van wat techbedrijven aan AI kunnen uitgeven niet langer wordt bepaald door hun eigen winsten, maar door wat de markt bereid is te financieren. Rihard Jarc schetst op X drie interessante scenario's:
- Versnellende vraag: Alphabet ziet de vraag naar hun clouddiensten en het eigen AI-model (Gemini) dusdanig hard stijgen, dat ze hun geplande investeringen voor infrastructuur substantieel meer moeten verhogen dan ze aanvankelijk dachten.
- Concurrenten voor zijn: Alphabet probeert strategisch vooruit te lopen op de geplande beursgangen van concurrenten zoals OpenAI, SpaceX en Anthropic. Door nu massaal geld op te halen, onttrekken ze liquiditeit aan de markt. Met dit geld kunnen ze bovendien schaarse toeleveranciers van computerchips vastleggen, om te voorkomen dat concurrenten hen later de pas afsnijden.
- Een interne technologische doorbraak: Een derde mogelijkheid is dat Alphabet achter de schermen een enorme doorbraak heeft bereikt met de ontwikkeling van hun AI-modellen. Om dit nieuwe model uit te rollen, voorzien ze dat ze gigantisch veel meer rekenkracht nodig hebben, en ze willen daar nu alvast financiering voor veiligstellen terwijl de markt nog zeer positief gestemd is.
Deze scenario's sluiten elkaar zeker niet uit; het is hoogstwaarschijnlijk een combinatie van de drie. Er is waarschijnlijk gigantisch veel kapitaal nodig om de eigen TPU-chips verder uit te rollen en te commercialiseren. Een recente analyse van de technologische ontwikkelingen achter deze chips laat zien waarom deze kapitaalinjectie zo cruciaal is:

In deze analyse belicht het I/O Fund de strategische beslissing van Google om zijn eigen AI-chips (TPU's) te gaan verkopen aan externe datacenters. Deze stap markeert het moment waarop Google rechtstreeks de concurrentie aangaat met marktleider Nvidia op de open markt voor AI-hardware. Volgens auteur Beth Kindig is de timing van Google geen toeval, maar wordt deze gedreven door een fundamentele kanteling in de manier waarop AI wordt gebruikt.
De AI-markt transformeert in hoog tempo. Waar de focus de afgelopen jaren lag op het eenmalig trainen van grote modellen, verschuift het zwaartepunt nu naar 'inference': het continu toepassen en laten draaien van die modellen door eindgebruikers. Omdat inference een 'altijd-aan'-proces is, zal dit op termijn het grootste deel van de datacentercapaciteit opslokken. Volgens schattingen van McKinsey zal de verdeling in 2026 nog 50/50 zijn tussen training en inference, maar zal inference tegen 2030 al 60% van de capaciteit uitmaken. Hierdoor verandert het financiële doel voor techbedrijven. Het zal niet langer puur om de meeste rekenkracht gaan, maar om het minimaliseren van de kosten per verwerkte eenheid data (de 'token').
De Auteur legt uit dat Alphabet zijn nieuwste AI-chips (de TPU v8) zo ontworpen heeft dat ze veel slimmer en sneller met elkaar communiceren dan de systemen van concurrent Nvidia. Dit vertaalt zich in de praktijk direct in kostenvoordelen. De nieuwe generatie levert voor dezelfde prijs tot wel 80% meer prestaties op dan zijn voorganger. Dat effect is nu al zichtbaar in de markt, want het gebruik van Alphabet's eigen AI-model (Gemini) is momenteel grofweg 60% goedkoper dan de vergelijkbare modellen van concurrenten zoals OpenAI en Anthropic. Dat deze efficiëntere infrastructuur een schot in de roos is, wordt bovendien hardgemaakt door de markt zelf: AI-ontwikkelaar Anthropic leunt van oudsher sterk op de systemen van Amazon, maar heeft er nu toch voor gekozen om zich voor de komende vijf jaar op gigantische schaal vast te leggen aan deze goedkopere rekenkracht van Google. Of dit een bewuste keuze is op basis van kwaliteit of simpelweg het gevolg is van capaciteitsbeperkingen, blijft natuurlijk onduidelijk.
Alphabet wordt momenteel aan de beurs van New York verhandeld op een koers van USD 360,03 per A-aandeel.
Twee VMS-holdings, één gedeelde conclusie
Recentelijk publiceerden zowel de Duitse VMS-holding Chapters Group (Frankfurt: CHG) als het Nederlands-Canadese Topicus.com (Toronto: TOI) stukken over de rol van AI binnen vertical market software (VMS, oftewel software voor afgebakende nichemarkten). Het is een onderwerp dat in deze nieuwsbrief vaker terugkeert. Het gaat om een interview met Tobias Pook, Chief Technology Officer (CTO) van Chapters Group, en een blog van Clint van Haalen, CEO van Topicus Finance, een divisie binnen Topicus.com. Twee verschillende holdings, twee verschillende invalshoeken, en toch een vrijwel gelijke conclusie. Wij zetten ze hieronder naast elkaar.

Wat AI werkelijk verlaagt, en wat niet
Van Haalen vat de kern in één zin samen, namelijk dat AI de drempel verlaagt om software te bouwen, maar niet de lat om die software in productie te nemen. Tijdens een interne Vertical AI Immersion Day liet Topicus zijn managementteams in kleine groepen binnen enkele uren een nieuwe applicatie bouwen; wat Van Haalen daarbij vooral opviel, was de snelheid waarmee een idee in een werkend prototype veranderde. De afstand tussen een idee en een tastbaar concept is volgens hem drastisch kleiner geworden.
Tegelijk plaatst hij een waarschuwing, want een AI-first-applicatie bouwen is iets anders dan een betrouwbaar verticaal softwareproduct neerzetten dat in een productieomgeving functioneert. Architectuur, beveiliging, governance, schaalbaarheid en operationele waarborgen vergen volgens hem nog altijd professionele expertise. Die expertise verschuift daarbij in plaats van te verdwijnen, namelijk naar het begrijpen van modelgedrag, het valideren van outputs, het beheersen van tokenverbruik, het beschermen van data en het voldoen aan compliance-eisen.
Pook komt vanuit een andere hoek tot een verwante observatie over wat AI juist wél goedkoper maakt. Hij stelt dat een grote codebase, ooit een van de belangrijkste beschermingswallen (moats) van een VMS-bedrijf, in een wereld van agentic development (softwareontwikkeling waarin AI-agenten zelfstandig code schrijven) geen bescherming meer biedt. Lage klantverloop (churn) was volgens hem altijd een afgeleide van onderliggende kwaliteiten, en soms simpelweg van het feit dat het repliceren van miljoenen regels code voor nieuwkomers de moeite niet waard was. Die specifieke wal brokkelt af; wat overblijft, is volgens beiden het deel dat het moeilijkst te repliceren is.
De moats die AI niet aantast, maar uitvergroot
Domeinexpertise, klantvertrouwen en decennia aan gestructureerde data zijn volgens Pook de moats die AI niet invalideert. Van Haalen formuleert hetzelfde vanuit de positie van Topicus, namelijk dat de waarde nooit alleen uit technologie kwam, maar uit de combinatie van diepgaande domeinkennis, betrouwbare software die dagelijks kritieke processen draagt, hechte klantrelaties en jarenlange implementatie-ervaring.

Beiden gaan echter een stap verder dan "niet aangetast". Pook wijst erop dat de over decennia opgeslagen klantdata altijd al waardevol was, maar dat AI nieuwe en snellere manieren opent om daar bruikbare inzichten uit te halen voor de klant; de bestaande databerg wordt daarmee een bron van nieuwe functionaliteit in plaats van een passief bezit. Van Haalen redeneert in dezelfde lijn dat de waarde van die expertise toeneemt in plaats van afneemt naarmate AI krachtiger wordt. In beide redeneringen versterkt AI dus juist de bestaande voordelen.
De economische logica daarachter is voor de belegger relevant. Beide bedrijven bedienen sectoren waarin vertrouwen en regelgeving allesbepalend zijn en waarin de gevolgen van een fout groot zijn. Pook stelt dat niemand zulke missiekritische systemen vervangt zonder een duidelijke business case en een grondige risicobeoordeling, en dat het vermogen om snel code te produceren daarbij niet tot de belangrijkste factoren behoort. Van Haalen wijst erop dat klanten in kritieke sectoren oplossingen blijven vragen die veilig, compliant, betrouwbaar en verklaarbaar zijn, en partners die hun regelgeving en de gevolgen van fouten begrijpen. Het is, in de woorden van beide bestuurders, juist die over jaren opgebouwde data en dat klantvertrouwen die een AI-native nieuwkomer niet eenvoudig kan repliceren.
Van praten over AI naar het inbouwen ervan
Beide stukken gaan ook in op de vraag hoe je deze overtuiging omzet in verandering binnen een gedecentraliseerde groep, en beiden waarschuwen tegen vrijblijvendheid. Van Haalen merkt op dat de volgende fase van AI-adoptie niet bij experimenteren begint, maar bij het opzetten van de structuren, controles en capaciteiten die een organisatie in staat stellen AI verantwoord en duurzaam op te schalen. Pook verwoordt het scherper, namelijk dat hij geen handvol lighthouse-projecten wil bouwen en de rest van de business laten zoals die is.
Bij Chapters heeft dat vorm gekregen in het Momentum-initiatief, gestart in februari 2026, waarbij alle operationele bedrijven hun grootste knelpunten benoemen en voorstellen indienen voor AI-tools die op basis van hun eigen data aantoonbare besparingen of kwaliteitsverbeteringen voor klanten opleveren. Pook geeft in het interview een update over de stand van zaken. De inzendingen werden gebruikt voor een groepsbrede competitie waaruit de drie meest belovende bruikbare toepassingen zijn geselecteerd, telkens onderbouwd met concrete klanttoezeggingen; deze worden nu gebouwd door externe teams in samenwerking met het CTO-office en de operationele bedrijven, gefinancierd door de holding bovenop het reguliere R&D-budget.
Pook noemt het aantal en de kwaliteit van de inzendingen een positieve verrassing en meldt dat het oorspronkelijk eenmalige competitiemodel inmiddels is omgezet in een permanent programma. Daarin kunnen bedrijven doorlopend gebruikstoepassingen indienen met een uitgewerkt ondernemingsplan en een groep kernklanten die mee-investeren, in ruil voor implementatiesteun en financiering. Hij omschrijft Momentum als een gefaseerd raamwerk dat kunstmatige intelligentie ontwikkeling minder risicovol maakt door klantvraag en financiële toezeggingen stapsgewijs te valideren, en wil nadrukkelijk geen prestigeprojecten najagen, oftewel functionaliteit die modern oogt maar weinig waarde toevoegt. De eerste tastbare effecten op jaarlijks terugkerende omzet (ARR) uit nieuwe AI-functies verwacht hij in 2027. Daarnaast rolt Chapters een AI Hub uit, een omgeving waarin operationele bedrijven de nieuwste modellen kunnen gebruiken met data binnen de eigen netwerken, in een tempo van twee tot drie bedrijven per week.
Topicus pakt het aan via zijn Immersion Days, waar managementteams AI niet bespreken maar zelf ervaren, en daaruit de conclusie trekken dat de besluiten rond AI (platformstrategie, governance, intellectueel eigendom, kostenbeheer, de grenzen van autonome besluitvorming) geen technologievraagstukken meer zijn maar strategische beslissingen.
Conclusie
Wat in beide stukken opvalt, is een nuchtere houding tegenover een technologie die elders vooral hype oproept. Geen van beiden ontkent dat AI disruptief is, en Pook is eerlijk over de moats die onder druk staan, maar beiden plaatsen de verschuiving in hetzelfde kader. AI maakt het bouwen van software goedkoper en verlegt de schaarste daarmee naar precies de eigenschappen die een gevestigde VMS-holding al bezit, namelijk vertrouwen, domeinkennis, data en operationele betrouwbaarheid in gereguleerde omgevingen. Pook noemt voluit vooruitgaan dan ook de rationele, niet de agressieve keuze, omdat een afwachtende houding alleen werkt als het tempo traag blijkt en in elk ander scenario het verdienmodel op het spel zet. Wij delen die afweging, en het is precies om deze reden dat wij ons als aandeelhouder van deze bedrijven comfortabel voelen bij de opkomst van AI.
Chapters Group en Topicus.com zijn de handelsweek aan de beurzen van Frankfurt en Toronto geëindigd op koersen van EUR 31,50 en CAD 102,98 per aandeel.
Tencent: een AI-loser, totdat het niet meer zo is?
De Financial Times meldde begin deze maand dat Tencent, de belangrijkste deelneming van de Nederlandse holding Prosus (Amsterdam: PRX), dicht bij de lancering staat van een ingebouwde AI-agent voor WeChat. Deze superapp wordt in China door circa 1,4 miljard mensen gebruikt voor vrijwel alles, van berichten en betalingen tot ritten bestellen.

Volgens de FT test Tencent een prototype van de agent dat taken binnen de app kan afronden en wil het bedrijf nog deze maand het verplichte compliancetraject starten dat aan een publieke lancering voorafgaat. Daarna volgt een test onder een kleine groep externe gebruikers en een gefaseerde uitrol; een definitieve lanceerdatum is er nog niet, omdat de duur van het goedkeuringsproces onzeker is. Gebruikers zouden de agent kunnen openen door op het hoofdscherm naar rechts te vegen, waarna deze automatisch de miljoenen mini-apps van WeChat aanspreekt, het fundament onder de brede functionaliteit van de app, om bijvoorbeeld een café te vinden en een drankje te bestellen op basis van smaak- en prijsvoorkeuren. Tencent heeft al een chatbot met zoekfunctie, Yuanbao, in WeChat zitten, maar een volwaardige agent is een wezenlijk grotere stap.
De strategische inzet is hoog. Tencent is in AI-modellen achteropgeraakt bij binnenlandse rivalen als Alibaba (met de Qwen-app) en ByteDance (Doubao), die agentfuncties al hebben uitgerold en snel groeien. Slaagt Tencent erin een werkende agent op China's meest gebruikte app te zetten, dan kan het die achterstand in één klap goedmaken. President Martin Lau noemde agentic AI op de recente analistencall een doorbraak-toepassing, en het aandeel steeg na het bericht 10%. Toch is nuchterheid op zijn plaats, want er zijn wel obstakels. Voldoende rekenkracht voor een massale uitrol blijft een uitdaging nu Nvidia-chips niet meer gebruikt mogen, de uitrol wordt volgens interne ramingen zeer kostbaar met onzekere inkomsten op korte termijn en of consumenten een agent daadwerkelijk met hun geld laten handelen is nog maar de vraag. Dit is dus geen voldongen succes, maar een ambitieus en kapitaalintensief project in een vroeg stadium.
Ook op Prosus-niveau speelt dit thema nadrukkelijk. In de recente podcast 'In Good Company' van Nicolai Tangen, CEO van het Noorse staatsfonds Norges Bank Investment Management, noemt Prosus-CEO Fabricio Bloisi het in staat stellen van agenten om transacties af te ronden, oftewel agentic commerce, een van zijn topprioriteiten. Die capaciteit bouwt hij nu uit over de eigen ecosystemen van iFood in Brazilië, Just Eat (Thuisbezorgd) in Europa, Swiggy in India en betaalplatform PayU. Daarbij hanteert hij zijn bekende werkwijze van kleine, ondernemende teams ("jet skis") binnen een organisatie die tegelijk gedisciplineerd en disruptief moet zijn. Het volledige interview bekijkt u hierboven.
Ontvang wekelijks inzichten in uw inbox
Exclusieve analyses en updates over familieholdings en de globale marktontwikkelingen.
Wilt u meer informatie over onze dienstverlening?
Contact opnemen
Disclaimer:
Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Dit is een publicatie van Tresor Capital. Reproductie van dit document, of delen ervan, door derden is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming en met verwijzing naar de bron, Tresor Capital.
Deze publicatie is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld door Tresor Capital. De informatie is bedoeld in algemene zin en is niet toegespitst op uw individuele situatie. De informatie mag daarom nadrukkelijk niet worden beschouwd als advies, aanbod of voorstel tot het aankopen of verhandelen van beleggingsproducten en/of het afnemen van beleggingsdiensten, noch als beleggingsadvies. De auteurs, Tresor Capital en/of haar medewerkers kunnen positie hebben in de besproken effecten, voor eigen rekening of voor hun klanten.
U dient zorgvuldig de risico’s te overwegen alvorens u begint met beleggen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen. Tresor Capital wijst iedere vorm van aansprakelijkheid voor eventuele onvolkomenheden of onjuistheden af. Deze informatie is uitsluitend indicatief en aan verandering onderhevig.
Lees de volledige disclaimer op tresorcapitalnieuws.nl/disclaimer .



